Risicobereidheid

Het pensioenfonds verrichtte in 2013 een grootschalig onderzoek naar de risicobereidheid van de deelnemers.

De uitkomsten dienden als richtlijn voor de vernieuwing van de pensioenregeling en het beleggingsbeleid van het pensioenfonds. Wat heeft het pensioenfonds er concreet mee gedaan? Een overzicht van de wensen en de realisatie.

Wens
Een deel van het pensioen niet afhankelijk laten zijn van ontwikkelingen op de beurs en in de rente. Daarboven zou voor een deel van de premie meer risico kunnen worden gelopen om het rendement te verhogen.

Realisatie
Het pensioenfonds maakt dit onderscheid ook binnen de beleggingsportefeuille. Een deel is bedoeld om een bodem te leggen, een deel om extra rendement te verwezenlijken met extra risico.

Binnen het 'bodem'-deel beperken we het risico van daling zoveel mogelijk. We nemen het echter niet geheel weg. Dat zou namelijk leiden tot het missen van het rendement dat het pensioenfonds nodig heeft.

Wens 
De pijn van kortingen gelijk verdelen over de verschillende leeftijdsgroepen.

Realisatie
Binnen het beleggingsbeleid onderscheiden we geen potjes per leeftijdsgroep. Daardoor profiteert jong en oud in gelijke mate van het resultaat.

Ook in het indexatiebeleid maken we geen onderscheid tussen leeftijdsgroepen. Het bestaande verschil in de maatstaf voor indexatie tussen actieve deelnemers enerzijds en gewezen deelnemers en gepensioneerden anderzijds hebben we echter gehandhaafd.
Wens
Een hoog rendement koppelen aan risicospreiding en daarbij onder andere beleggen in aandelen.

Realisatie
Een belangrijk deel (circa 40%) van het vermogen hebben we belegd in aandelen. Daarbij zorgen we voor een spreiding over categorieën en portefeuilles.
Wens
Slechte ervaringen leiden tot afkeer van beleggingen en een voorkeur voor sparen.

Realisatie
Het pensioenfonds begrijpt dat de achterblijvende dekkingsgraad tot gevoelens van twijfel en wantrouwen leidt. Daarom besteden wij veel aandacht aan het uitleggen van ons beleid. Zoals in het video-interview met de voorzitter van de beleggingscommissie (zie hieronder). De achterblijvende ontwikkeling van de dekkingsgraad is toe te schrijven aan de lage rente en toegenomen levensverwachtingen. Het vermogen is in vijf jaar (eind 2009 – eind 2014) namelijk met meer dan 50% gegroeid.
Wens
Alleen beleggen in heldere producten, waarvan de risico's uit te leggen zijn.

Realisatie
Bij alle keuzes voor beleggingscategorieën en vermogensbeheerders is transparantie een belangrijk criterium. Daarom belegt het pensioenfonds alleen in producten die het zelf begrijpt en niet in hedgefondsen. 

Complexe producten gebruiken we alleen waar dit onvermijdelijk is. Dit gebeurt op dit moment uitsluitend om het risico van verlaging van de rente voor een deel af te dekken.
Wens
Liever de jaarlijkse indexatie een keer missen dan een korting meemaken. Als we moeten korten, dan liever vaker een kleine korting dan een enkele keer een grote.

Realisatie
Het voorkomen van kortingen staat voorop in het beleggings- en toeslagenbeleid. Het terughoudende toeslagbeleid richt zich zoveel mogelijk op de creatie van financiële buffers. Voor een deel eist de overheid dit ook. Toeslagen worden minder snel verleend dan in het verleden het geval was.

Mocht een korting onverhoopt nodig zijn, dan kiest het fonds ervoor deze over tien jaar te spreiden.