Onze duurzaamheidsaanpak

Zo handelen wij om de duurzaamheid van beleggingen te borgen en verbeteren

We kunnen op verschillende manieren invloed uitoefenen op ondernemingen die niet voldoen aan onze eisen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dit doen we door ondernemingen uit te sluiten, te stemmen op aandeelhoudersvergaderingen en door in gesprek te gaan.

ESG-factoren spelen een centrale rol bij verantwoord beleggen. ESG is een Engelse afkorting die staat voor Environmental, Social en Governance:

  • Environmental (milieu): deze factor betreft welk effect beleggingen hebben op het milieu. Bijvoorbeeld hoe een bedrijf presteert op milieu-uitdagingen als afval, verontreiniging, broeikasgassen, ontbossing en klimaatverandering.
  • Social (sociaal): deze factor neemt in overweging welke sociale effecten beleggingen hebben. Bijvoorbeeld hoe een bedrijf de werknemers behandelt. Maar denk ook aan: diversiteit en gelijke kansen, werkomstandigheden, gezondheid en veiligheid.
  • Governance (bestuur): hierbij wordt er gekeken naar hoe een bedrijf wordt bestuurd. Onderdelen hiervan zijn onder andere het beloningsbeleid, de belastingpraktijken en -strategie, de diversiteit en structuur van een onderneming en of er sprake is van corruptie en/of omkoping.

Naast de weging van beleggingen op ESG-factoren sluiten we beleggingen uit die niet passen bij Pensioenfonds voor de Architectenbureaus. We beleggen niet in:

  • Controversiële wapens, zoals kernwapens, clustermunitie en landmijnen.
  • Ondernemingen die fundamentele mensen- en arbeidsrechten schenden.
  • Kolen- en teerzandbedrijven.
  • Staatsobligaties van landen die onderworpen zijn aan bepaalde sancties door de VN Veiligheidsraad en/of Europese Unie en schenders van OESO-richtlijnen.
  • Ondernemingen waarvan blijkt dat actief aandeelhouderschap niet tot gewenste gedragsverandering leidt.

U vindt deze ondernemingen op de uitsluitingenlijst. Naast ondernemingen, is er ook een aantal landen waar we niet in beleggen. Deze landen vindt u hier.

Waarom geen uitsluiting van alle ondernemingen die fossiele energie produceren?

De maatschappelijke discussie over beleggen in fossiele energie is gaande. Sommige pensioenfondsen beleggen hier nu niet meer in. Pensioenfonds voor de Architectenbureaus doet dit nog in beperkte mate. Wij willen onze invloed als aandeelhouder behouden om die energiebedrijven actief aan te sporen bij te dragen aan de energietransitie. Hun expertise en geld is nodig voor deze zeer complexe en kostbare transitie. Met het verkopen van belangen lopen we bovendien de kans op kopers die geen verantwoordelijkheid voelen voor het klimaatvraagstuk.

Een van de belangrijkste rechten van een aandeelhouder is het stemrecht. Onze vermogensbeheerder gebruikt het stemrecht om een bijdrage te leveren aan goed ondernemingsbestuur. Ze stemt hiervoor geregeld op aandeelhoudersvergaderingen. Daarbij wordt ook gelet op voorstellen op milieu- en sociaal gebied om tot verbeteringen te komen. Ondernemingen en markten worden met het stemrecht aangesproken op hun beleid en activiteiten op het gebied van:

  • mensenrechten
  • klimaatverandering
  • ondernemingsbestuur

Bekijk hier hoe onze vermogensbeheer voor ons heeft gestemd op aandeelhoudersvergaderingen.

Werken de ondernemingen waarin we beleggen niet op een duurzame, verantwoorde wijze? Dan kan dat aanleiding zijn om het gesprek aan te gaan, naast uitsluiting. Die gesprekken doen we niet zelf. Onze vermogensbeheerder doet dit voor ons. Die spreekt voor meerdere van haar klanten. Dat vergroot het effect. U vindt hier een aantal voorbeelden:

Shell belooft helft minder CO2-uitstoot in 2030

AkzoNobel mikt op helft hergebruik afvalwater

Anti-vakbondsactiviteiten van Amazon

Ondernemingen met activiteiten in Myanmar

IMVB-Convenant (2018)

Met het Convenant Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Beleggen Pensioenfondsen (IMVB-convenant) zijn Nederlandse pensioenfondsen de samenwerking aangegaan met maatschappelijke organisaties (ngo’s), vakbonden en de overheid. De partijen hebben met dit convenant het doel om negatieve gevolgen van beleggingen door pensioenfondsen op samenleving en milieu te voorkomen en aan te pakken. De partijen brengen daartoe hun kennis en expertise in. Het convenant is tot stand gekomen onder begeleiding van de Sociaal Economische Raad (SER).

Door gezamenlijk risico’s m.b.t de beleggingen in kaart te brengen, krijgen de fondsen meer inzicht in waar risico’s op bijvoorbeeld mensenrechtenschendingen of milieuschade zich voordoen. Op basis hiervan kunnen zij hun invloed aanwenden om problemen op te lossen en risico’s te verminderen. De OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen en de UN Guiding Principles on Business and Human Rights (UNGP’s) vormen de basis voor de aanpak.

OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen

Deze richtlijnen zijn vrijwillige aanbevelingen die door de regeringen gezamenlijk worden gedaan aan ondernemingen. De richtlijnen bieden handvatten om met kwesties om te gaan zoals ketenverantwoordelijkheid, mensenrechten, kinderarbeid, milieu, corruptie, consumentenbelangen, mededinging en belastingafdracht. Het zijn normen voor goed gedrag, in overeenstemming met wetgeving en internationaal erkende normen. Voldoen ondernemingen hier niet aan, dan gaan we in gesprek, benutten we ons stemrecht op aandeelhoudersvergaderingen of sluiten we ondernemingen uit.

UN Guiding Principles on Business and Human Rights (UNGP’s)

De UN Guiding Principles omvatten duidelijke internationale normen over mensenrechten waaraan staten en bedrijven zich dienen te houden. Samengevat komen deze principes neer op het Protect, Respect and Remedy-principe. Dit betekent dat:

  • staten internationaal erkende mensenrechten moeten beschermen (Protect);
  • bedrijven nationale en internationale regelgeving – inclusief mensenrechten – moeten respecteren (Respect);
  • ervoor wordt gezorgd dat slachtoffers van schendingen rechtsherstel kunnen krijgen (Remedy).