Ik bouw pensioen op

Over uw voorlopig overzicht

Hoeveel pensioen u later krijgt, is niet precies te voorspellen. Dat komt doordat er veel dingen zijn die invloed hebben op de hoogte van uw pensioen. Er kunnen dingen in uw leven veranderen, zoals minder werken. Ook de economie en de resultaten van de beleggingen spelen een rol. Soms valt uw pensioen hoger uit, maar het kan ook lager worden.

Wat gebeurt er als het heel erg mee- of tegenzit?

In het plaatje met 3 pijlen ziet u uw verwachte pensioen in de vernieuwde en de huidige pensioenregeling. 

De bedragen in het plaatje laten zien dat het nog niet zeker is hoeveel u later precies aan pensioen krijgt. Wij verwachten dat uw pensioen op een bedrag tussen het hoogste bedrag (‘Als het heel erg meezit’) en het laagste bedrag (‘Als het heel erg tegenzit’) uitkomt.

U ziet wat uw pensioen naar verwachting later waard is. Het laat zien hoeveel u met uw pensioen kunt kopen. Dat noemen we koopkracht. U kunt het pensioen zo het beste vergelijken met het inkomen dat u nu heeft. Waar uw pensioen precies op uitkomt is nog onzeker.

Bent u nog jong? Dan is het verschil tussen de bedragen als het heel erg mee- of tegenzit groot. Dit betekent dat het nog onzeker is waar uw pensioen uiteindelijk op uitkomt. Het is daarom belangrijk dat u via uw persoonlijke omgeving regelmatig bekijkt hoeveel pensioen u kunt verwachten. 

Bent u dichtbij uw pensioenleeftijd? Dan is het verschil tussen de bedragen als het heel erg mee- of tegenzit kleiner. We kunnen dan met meer zekerheid laten zien wat uw verwachte pensioen wordt.

Bij alle 3 de pijlen geldt, totdat u met pensioen gaat. Dat wij rekening houden met:

  • De economie en beleggingen. Als het goed gaat met de economie en de beleggingen, kan uw pensioen hoger worden. Gaat het minder goed, dan kan uw pensioen lager uitvallen .
  • Prijsstijgingen en koopkracht. Uw pensioenbedrag blijft misschien hetzelfde, maar de prijzen van producten en diensten kunnen stijgen. Daardoor kunt u in de toekomst mogelijk minder kopen met hetzelfde bedrag. Dat noemen we koopkracht.
  • Leeftijd waarop u met pensioen gaat. We gaan met de regels van nu uit dat u op uw 67e met pensioen gaat. Met de nieuwe regels gaan wij ervan uit dat u op AOW-leeftijd met pensioen gaat. 
  • Premiebetaling. Dat u samen met uw werkgever premie betaalt voor uw pensioen als u nog werkt: als u arbeidsongeschikt bent, betalen wij (voor een deel) uw premie. Uw pensioen wordt hierdoor hoger.

We gebruiken in de nieuwe pensioenregeling een andere berekening.

We kijken daarbij naar 2 dingen:

1. Opbrengsten van beleggingen in de toekomst
In de vernieuwde pensioenregeling tellen we tot uw AOW-leeftijd de verwachte opbrengsten van beleggingen mee. Dat is in de pensioenregeling van nu niet zo. Daardoor is het bedrag in de vernieuwde pensioenregeling hoger.

Voor de berekening van uw pensioen gaan wij uit van uw AOW-leeftijd. Bent u nog jong? Dan duurt het nog lang voordat u met pensioen gaat. Uw pensioen kunnen wij dan langer beleggen. Voor jongeren is hierdoor het verschil in de bedragen tussen het pensioen met de huidige pensioenregeling en de venieuwde pensioenregeling groter. 

2. Prijsstijgingen in de toekomt (koopkracht)
In de huidige pensioenregeling houden we geen rekening met verwachte verhogingen van pensioen. Dat doen we in de vernieuwde pensioenregeling vanaf 1 januari 2027 wel.

Houden we bij uw verwachte pensioen rekening met prijsstijgingen? Dan weet u wat u in de toekomst met dat (reële) bedrag kunt kopen. Dat noemen we koopkracht. Het geeft aan hoeveel uw pensioen later waard is. Dit bedrag is makkelijker te vergelijken met uw inkomen van nu.  Bij een nominaal bedrag houden we geen rekening met toekomstige prijsstijgingen. We laten hieronder 2 voorbeelden zien. 

Voorbeeld 1:  Stel u krijgt over 30 jaar € 100 pensioen. Dan kunt u daarmee minder kopen dan nu. De prijzen stijgen. Het is belangrijk dat u weet wat er bij prijsstijgingen met uw pensioen gebeurt. In dit voorbeeld is uw pensioen dan geen € 100 maar € 40 waard. In het plaatje met de 3 pijlen houden we daarom rekening met verwachte prijsstijgingen. Zo weet u beter waar u aan toe bent.

Voorbeeld 2: Stel u bent nu 37 jaar. En u gaat op de dag dat u uw AOW-leeftijd bereikt met pensioen. Dat is over 30 jaar en duurt dus nog lang.  Stel u koopt nu voor € 50 boodschappen. Als u met pensioen gaat zijn de prijzen hoger. Dat betekent dat u dan met dezelfde € 50 minder boodschappen kunt kopen. 

In de bedragen bij de 3 pijlen houden we rekening met deze verwachte stijging van de prijzen. Dit noemen we reële bedragen. Zo weet u beter waar u aan toe bent.

De bedragen in het plaatje met de 3 pijlen voor uw pensioen met de nieuwe regels
In het plaatje met de 3 pijlen is het bedrag onderaan het plaatje ‘uw opgebouwde pensioen op 1 januari 2026’ een nominaal bedrag. Dit is het bedrag dat u tot nu toe aan pensioen opbouwde. Hier is geen rekening gehouden met toekomstige prijsstijgingen. In de bedragen met de 3 pijlen (als het heel erg tegenzit, verwachte pensioen en als het heel erg meezit) is wel rekening gehouden met toekomstige prijsstijgingen. Dit zijn dus reële bedragen. Zo krijgt u een indruk van wat u later met uw pensioen kunt kopen.

Contact

Meer over het vernieuwde pensioen

Op de hoogte blijven

Als er nieuws is, dan informeren we u daarover op onze website en in onze nieuwsbrief. Ontvangt u deze nog niet? Meld u dan nu aan.