Vaststellen pensioengevend inkomen
Het pensioengevend inkomen wordt vanaf 2027 iedere maand opnieuw vastgesteld en kan dalen of stijgen. Het gaat om het feitelijke vaste loon in die maand, vermeerderd met:
We maken uitzonderingen bij bijzondere situaties. Zoals een demotie (via de demotieregeling), ziekte, verlof en arbeidsongeschiktheid.
Demotieregeling
Maakt een werknemer gebruik van de demotieregeling? Dan blijft u premie afdragen op basis van het pensioengevend inkomen in de periode vóór de demotie. Dit geldt alleen als de voorwaarden voor de demotieregeling worden gevolgd.
Ziekte
Bij ziekte blijft u de eerste 2 jaar premie afdragen op basis van het pensioengevend inkomen waar uw werknemer recht op zou hebben als deze niet ziek zou zijn. De premieafdracht blijft dus 100% doorlopen, ook als de loonbetaling minder wordt. U doet pensioenaangifte met de normale verbijzondering WNE.
Onbetaald verlof
Bij onbetaald verlof blijft u de eerste 18 maanden premie afdragen op basis van het pensioengevend inkomen waar uw werknemer recht op zou hebben als deze geen verlof zou hebben. Afwijkende afspraken over een verdeling van de premie tijdens verlof in de cao of arbeidsovereenkomst blijven gelden. U gebruikt in de pensioenaangifte verbijzondering OVW. Na 18 maanden onbetaald verlof stopt de verplichting om premie af te dragen.
Wil uw werknemer al eerder de premieopbouw stopzetten? Uw werknemer kan dan aan ons een verzoek doorgeven tot het stopzetten van de opbouwpremie (OP). Dit noemen we een opt-out. Risicopremies blijven doorlopen tot de grens van 18 maanden.
Arbeidsongeschiktheid
Bij arbeidsongeschiktheid draagt u premie af op basis van het loon dat u doorbetaalt voor het deel dat uw werknemer nog werkt of op basis van de loondoorbetalingsverplichting. UWV-uitkeringen zijn dus geen onderdeel van het pensioengevend inkomen. Ook niet als u deze als werkgever uitkeert. U gebruikt in de pensioenaangifte de verbijzondering WIA.